Hypereosinofilie / Hypereosinofiel syndroom / Chronische eosinofiele leukemie

Inhoudsopgave

1 verplicht onderzoek

  • etiologisch
    1. medicatie, plus verband in de tijd
    2. DD nalopen
    3. bij verdenking secundaire eosinofilie: respons op behandeling die niet op eosinofilie is gericht?
    4. TFT en aanvullend bloedonderzoek
      • diff: dysplasie eo's?
      • IgE
      • auto-immuunserologie: ANA/ANCA
      • B12, tryptase
      • schistosomiasis/Strongyoides-serologie
    5. typische syndromen
      • Churg-Strauss: asthma, pulmonale infiltraten, neuspoliepen
      • neuropathie: Churg-Strauss of vasculitis
      • huidafwijkingen: urticaria, atopisch eczeem (onderscheid primair en secundair soms onmogelijk)
        • primair: L-HES (IgE+) of CEL (angio-oedeem, rash)
        • secundair
        • infiltratie
      • CEL: man, 20-50, moe, spierpijn, angio-oedeem, rash, koorts
      • M-HES: myeloproliferatie; cytopenie, extreme eosinofilie, organomegalie, hoog B12/tryptase, dysplasie eo's, reactie imatinib
      • longafwijkingen: Churg-Strauss, ABPA, tbc, schimmels, parasieten, chronische idiopathische eosinofiele pneumonie
    6. FA
  • uitsluiten cardiale eosinofiele schade: CK-MB, troponine en ECG (en bij afw echo)
  • bij persisteren >6 weken of verdenking eosinofilie schade of >5
    • IF B/T-cellen en moleculair onderzoek B/T-celkloon
    • BM
      • aspiraat
      • biopt: cellulariteit, fibrose, mestcellen
      • moleculair: BCR-abl
      • FISH op beenmerg op
        • FIP1L1-PDGRFA / 4q12
        • 5q31-33 / PDGFRB: CMMOL met vaak eosinofilie
        • 8p11-12 / FGFR1: myeloproliferative syndrome or stem cell leukemia/lymphoma
        • 9p24 / Jak2: CML vaak met eosinofilie
      • karyotypering
      • bij negatieve FISH en sterke verdenking: moleculaire diagnostiek met FIP1L1-PDGRFA
    • LF: causaal en uitsluiten eosinofiele infiltratie
    • CT hals t/m lies
      • causaal: maligniteit, infiltraten, effusie (SLE), ABPA, tbc, schimmelinfectie, parasieten
      • eosinofiele infiltratie: pneumonie, effusie, longfibrose, organomegalie, miltinfarct, LE/DVT, Budd-Chiari
    • op indicatie gericht orgaanonderzoek om eosinofiele infiltratie uit te sluiten

1.1 vormen van infiltratie

  • hart: endocardiale necrose, trombo-embolie, restrictieve cardiomyopathie, kleplijden
  • zenuwstelsel: neuropathie of diffuse uitval: epilepsie, encefalopathie, psychose, cognitieve aspecten
  • longen: hoest, infiltraten, effusies, pulmonale HT (cave embolieen), fibrose
  • huid: o.a. angio-oedeem of urticaria (vaak goed reagerend op lokale of systemische steroiden)
  • abdomen: hepato-/splenomegalie, miltinfarct, Budd-Chiari, lever/galwegontsteking
  • oculair
  • muskuloskeletaal
  • renaal

1.2 DD secundaire eosinofilie

  • vetgedrukt: bekende oorzaak hypereosinofilie
  • frequent
    • allergie: ABPA, atopie
    • medicatie
    • parasitaire aand m.n. als invasief (schistosomiasis, Strongyloides)
    • huidafwijkingen
    • tropen:
      • mycose: coccidioidomycose, cryptococcen
      • mycobacterie
      • overig: bac, Rickettsia, hiv, HSV, HTLV-2,
  • minder frequent
    • auto-immuun
      • Churg-Strauss
      • RA, PAN, SLE, scleroderma
      • eosinofilie-myalgiesyndroom: tryptofaansupplementen
    • maligniteit
      • Hodgkin, NHL (m.n. T), solide maligniteit
      • M4eo, M2eo, MDS
      • mastocytose
    • immuundeficientiesyndromen, IgA-, IgE+, IgM+, Omen
    • groeifactoren
    • GvHD, transplantaatrejectie
    • bijnierschorsinsuff

1.3 classificatie

  • CEL (bewezen klonaal HES)
    • klonale markers
      • blastose centraal 5-19% of >2% perifeer
      • cytogenetica
        • 20-50%: FIP1L1-PDGFRA
        • 15-20%: klassieke afwijking
        • aspecifieke afw: -7, +8, iso(17q), del(20q), -Y
        • 9;22
        • X-chromosoominactivatie bij vrouw
        • specifieke translokatie leidend tot eosinofilie (zie FISH)
      • moleculair: FIP1L1-PDGRFA
    • M-HES
      • argumenten: cytopenie, extreme eosinofilie, organomegalie, hoog B12, dysplasie eo's, verhoogd tryptase, kan reageren op behandeling met imatinib
      • FIP1L1-PDGRFA-positieve CEL
        • met klassieke cytogenetica niet aan te tonen deletie chromosoom 4
      • PDGRFB-positieve CEL (vele fusiepartners): CMML + eosinofilie
    • L-HES
      • eosinofilie door lymfocytaire cytokinen
      • bij IFT aberrante lymfocyten of moleculaire kloon
      • imatinib zelden werkzaam
  • familiaire HES
  • overlap HES: eosinofiele ziekte beperkt tot enkel orgaan en eo's ≥1,5
  • secundaire eosinofilie
  • c-KIT-positieve mastocytose met eosinofilie
  • iHES
    • definitie
      • 1,5 x 109/L >6 mnden
      • geen "reactieve oorzaak" (aangetoond)
      • met eosinofiele schade
    • classificatie
    • geen markers die onderscheid maken
    • asymptomatisch
      • cave vroege fase iHES die uiteindelijke wel symptomen geeft
    • symptomatisch
      • episodisch
      • niet-episodisch

2 beleid

  • staken niet-essentiele medicatie
  • indien ernstige schade of eo's >100
    • z.s.m. het verplichte onderzoek maar niet wachten op uitslag
    • 1 mg/kg prednison
    • ivermectine bij mogelijk Strongyloides-expositie, reeds voor uitslag serologie: 2 dagen 200 ug/kg
    • na enkele dagen geen respons
      • imatinib toevoegen
      • volgende stap: vincristine
  • bij stabilisatie: classificatie en gerichte therapie
    • M-HES
      • imatinib 400 mg 1dd
      • start tegelijkerijd 2 weken HD steroiden
        • bij cardiale betrokkenheid: verhoogd troponine of bekende cardiale problemen
        • om acute necrotiserende myocarditis te voorkomen
      • geen hCR met maand geldt als therapie-falen
      • FIP1L1-PDGRFA-positieve CEL
        • imatinib
          • bijna 100% respons, zelden resistentie (dan T674I-mutatie)
          • afbouwen bij mCR tot 100 mg
          • 1e week vaak al hematologisch CR, daarna aanvankelijk maandelijks bloedbeeld
          • vaak na 1 maand CR in beenmerg
          • a 3-6 maanden PCR herhalen
          • meestal met 12-18 maanden mCR
        • anders nog: hydrea, busulfan, vincristine, zelden interferon-alfa
        • therapie-refractaire CEL: allo
      • PDGRFB-positieve CEL
        • voorheen OS@2j 50%, nu beter met imatinib
    • L-HES
      • hoge dosis steroiden waarna afbouwen tot 10 mg 1dd of minder
      • tweede lijn: IFN-a (altijd combineren met steroiden)
      • imatinib in principe niet werkzaam
      • controle
        • iedere 3 maanden bloedbeeld
        • iedere 6 maanden IFT
        • iedere 1-2 jaar BMP met cytogenetica
  • familiaire HES
    • symptomatisch: als iHES
  • secundaire eosinofilie
    • behandelen onderliggende aandoening
    • c-KIT-positieve mastocytose met eosinofilie: ongevoelig imatinib
    • bij onvoldoende resultaat als iHES
  • iHES
    • asymptomatisch: scherp vervolgen en bij symptomen start therapie
      • therapie namelijk potentieel toxisch
    • steroiden
      • cave i.v. bij maagdarmklachten
      • dosis afhankelijk kliniek
      • 10-20 mg bij huidklachten
      • agressief of Churg-Strauss-achtig: minstens 3 weken HD prednison
    • tweedelijn
      • imatinib
      • hydroxyureum
      • IFN-a
      • chloorambucil, vincristine, etoposide, cladribine, cytarabine, MTX, ciclosporine, endoxan
      • mepolizumab (anti-IL-5), compassionate use
    • bij remissie
      • controle maximaal a 6 maanden
      • ook controle op occulte schade: serum-troponin levels, ECG, echo cor, LF

3 prognose

  • ook secundaire hypereosinofilie kan tot eosinofiele schade lijden

Auteur: Koen de Heer

Created: 2019-05-18 za 22:48

Emacs 25.2.2 (Org mode 8.2.10)

Validate