Hypereosinofilie / Hypereosinofiel syndroom / Chronische eosinofiele leukemie

Inhoudsopgave

1 DD

  • reactieve eosinofilie (*; hypereosinofilie)
    • frequent
      • allergie: ABPA*, atopie
      • medicatie*
      • parasitaire aand* m.n. als invasief (schistosomiasis, Strongyloides)
      • huidafwijkingen (urticaria, atopisch eczeem; dan onderscheid primair en secundair soms onmogelijk)
      • tropen:
        • mycose: coccidioidomycose, cryptococcen
        • mycobacterie
        • overig: bac, Rickettsia, hiv, HSV, HTLV-2,
    • minder frequent
      • auto-immuun
        • Churg-Strauss* (let op bij asthma, pulmonale infiltraten, neuspoliepen)
        • RA, PAN, SLE, scleroderma
        • eosinofilie-myalgiesyndroom: tryptofaansupplementen
      • maligniteit
        • Hodgkin*, NHL (m.n. T), solide maligniteit
        • M4eo, M2eo, MDS
        • mastocytose
      • immuundeficientiesyndromen, IgA-, IgE+, IgM+, Omen
      • bij aberrante T-celpopulatie in PB (dan vaak huidafw, IgE+) / L-HES
      • groeifactoren
      • GvHD, transplantaatrejectie, bijnierschorsinsuff
    • DD longafwijkingen en eosinofilie
      • ABPA
      • mycobacterieen
      • schimmels
      • parasieten
      • chronische idiopathische eosinofiele pneumonie

2 classificatie

  • CEL (bewezen klonaal HES)
    • typische patient: man, 20-50, moe, spierpijn, angio-oedeem, rash, koorts
    • klonale markers
      • blastose centraal 5-19% of >2% perifeer
      • cytogenetica
        • 20-50%: FIP1L1-PDGFRA
        • 15-20%: klassieke afwijking
        • aspecifieke afw: -7, +8, iso(17q), del(20q), -Y
        • 9;22
        • X-chromosoominactivatie bij vrouw
        • specifieke translokatie leidend tot eosinofilie (zie FISH)
      • moleculair: FIP1L1-PDGRFA
    • M-HES
      • typisch: cytopenie, extreme eosinofilie, organomegalie, hoog B12, dysplasie eo's, verhoogd tryptase, kan reageren op behandeling met imatinib
      • FIP1L1-PDGRFA-positieve CEL
        • met klassieke cytogenetica niet aan te tonen deletie chromosoom 4
      • PDGRFB-positieve CEL
        • CMML met eosinofilie
        • vele fusiepartners mogelijk
    • L-HES
      • eosinofilie door lymfocytaire cytokinen
      • bij IFT aberrante lymfocyten, of moleculaire kloon
      • imatinib zelden werkzaam
  • familiaire HES: positieve FA
  • overlap HES: eosinofiele ziekte beperkt tot enkel orgaan en eo's ≥1,5
  • secundaire eosinofilie: respons op therapie onderliggende aandoening die niet gericht is op eosinofilie?
  • c-KIT-positieve mastocytose met eosinofilie
  • iHES
    • definitie
      • 1,5 x 109/L >6 mnden
      • geen "reactieve oorzaak" (aangetoond)
      • met eosinofiele schade
    • classificatie
    • geen markers die onderscheid maken
    • asymptomatisch
      • cave vroege fase iHES die uiteindelijke wel symptomen geeft
    • symptomatisch
      • episodisch
      • niet-episodisch

3 prognose

  • ook secundaire hypereosinofilie kan tot eosinofiele schade lijden

4 verplicht onderzoek

  1. medicatie
    • nagaan verband in de tijd met medicatie
    • staken niet-essentiele medicatie
  2. bloedonderzoek
    • diff: dysplasie eo's?
    • IgE
    • auto-immuunserologie: ANA/ANCA
    • B12, tryptase
    • schistosomiasis/Strongyoides-serologie
    • cardiale enzymen: CK-MB en troponine
  3. TFT
  4. ECG en bij afwijkingen echo cor
  5. bij verdenking secundaire eosinofilie: respons op behandeling die niet op eosinofilie is gericht?
  6. bij persisteren >6 weken of verdenking eosinofilie schade of >5
    1. IF B/T-cellen en moleculair onderzoek B/T-celkloon
    2. BM
      • aspiraat
      • biopt: cellulariteit, fibrose, mestcellen
      • moleculair: BCR-abl
      • FISH op beenmerg op
        • FIP1L1-PDGRFA / 4q12
        • 5q31-33 / PDGFRB: CMMOL met vaak eosinofilie
        • 8p11-12 / FGFR1: myeloproliferative syndrome or stem cell leukemia/lymphoma
        • 9p24 / Jak2: CML vaak met eosinofilie
      • karyotypering
      • bij negatieve FISH en sterke verdenking: moleculaire diagnostiek met FIP1L1-PDGRFA
    3. CT hals t/m lies
    4. LF
    5. gericht orgaanonderzoek om eosinofiele infiltratie uit te sluiten, veelvoorkomende vormen van infiltratie
      • hart: endocardiale necrose, trombose (embolieen), restrictieve cardiomyopathie, kleplijden
      • zenuwstelsel
        • diffuse neurologische uitval: epilepsie, encefalopathie, psychose, cognitieve aspecten
        • neuropathie (cave Churg-Strauss of vasculitis)
      • longen: hoest, infiltraten, effusies, pulmonale HT (cave embolieen), fibrose
      • huid: o.a. angio-oedeem of urticaria (vaak goed reagerend op lokale of systemische steroiden)
      • abdomen: hepato-/splenomegalie, miltinfarct, Budd-Chiari, lever/galwegontsteking
      • oculair
      • muskuloskeletaal
      • renaal

5 beleid

  • indien ernstige schade of eo's >100
    • z.s.m. het verplichte onderzoek maar niet wachten op uitslag
    • 1 mg/kg prednison
    • ivermectine bij mogelijk Strongyloides-expositie, reeds voor uitslag serologie: 2 dagen 200 ug/kg
    • na enkele dagen geen respons
      • imatinib toevoegen
      • volgende stap: vincristine
  • bij stabilisatie: classificatie en gerichte therapie
    • M-HES
      • imatinib 400 mg 1dd
        • plus 2 weken HD steroiden
          • bij cardiale betrokkenheid: verhoogd troponine of bekende cardiale problemen
          • om acute necrotiserende myocarditis te voorkomen
        • geen hCR met maand geldt als therapie-falen
    • FIP1L1-PDGRFA-positieve CEL
      • imatinib
        • bijna 100% respons, zelden resistentie (dan T674I-mutatie)
        • afbouwen bij mCR tot 100 mg
        • 1e week vaak al hematologisch CR, daarna aanvankelijk maandelijks bloedbeeld
        • vaak na 1 maand CR in beenmerg
        • a 3-6 maanden PCR herhalen
        • meestal met 12-18 maanden mCR
      • anders nog: hydrea, busulfan, vincristine, zelden interferon-alfa
      • therapie-refractaire CEL: allo
    • PDGRFB-positieve CEL
      • voorheen OS@2j 50%, nu beter met imatinib
  • L-HES
    • hoge dosis steroiden waarna afbouwen tot 10 mg 1dd of minder
    • tweede lijn: IFN-a (altijd combineren met steroiden)
    • imatinib in principe niet werkzaam
    • controle
      • iedere 3 maanden bloedbeeld
      • iedere 6 maanden IFT
      • iedere 1-2 jaar BMP met cytogenetica
  • familiaire HES
    • symptomatisch: als iHES
  • secundaire eosinofilie
    • behandelen onderliggende aandoening
    • c-KIT-positieve mastocytose met eosinofilie: ongevoelig imatinib
    • bij onvoldoende resultaat als iHES
  • iHES
    • asymptomatisch: scherp vervolgen en bij symptomen start therapie
      • therapie namelijk potentieel toxisch
    • steroiden
      • cave i.v. bij maagdarmklachten
      • dosis afhankelijk kliniek
      • 10-20 mg bij huidklachten
      • agressief of Churg-Strauss-achtig: minstens 3 weken HD prednison
    • tweedelijn
      • imatinib
      • hydroxyureum
      • IFN-a
      • chloorambucil, vincristine, etoposide, cladribine, cytarabine, MTX, ciclosporine, endoxan
      • mepolizumab (anti-IL-5), compassionate use
    • bij remissie
      • controle maximaal a 6 maanden
      • ook controle op occulte schade: serum-troponin levels, ECG, echo cor, LF

Auteur: Koen de Heer

Created: 2018-12-22 za 14:29

Emacs 25.2.2 (Org mode 8.2.10)

Validate