Folliculair lymfoom / indolent B-NHL nno en marginale zone lymfoom

Inhoudsopgave

Terug naar overzicht hematologische diagnosen http://de-heer.eu

1 Verplicht aanvullend onderzoek

  • laboratoriumonderzoek inclusief M-proteine
  • gradering (gradering), waarbij 3B een aparte entiteit lijkt1
  • stadiering
    • radiologie in principe CT hals t/m abdomen, PET-CT als:
      • curatieve intentie / stadium I-II
        • waarde bij marginale zone lymfoom: link
      • verdenking transformatie
    • beenmergonderzoek
  • FLIPI: curves
    • acroniem NoLASH, voorspelt overleving 2, punten voor
      • meer dan 3 lokalisaties
      • hoog LDH
      • >60 jaar
      • stadium III/IV
      • Hb <12
    • een FLIPI van 3 of hoger leidt in sommige gevallen tot intensificatie van therapie
    • gemiddeld OS 12 jaar en 2-3% per jaar transformatie
    • FLIPI2: met b2-microglobuline en bij aanvang van therapie, PubMed

2 Therapie

2.1 algemeen

  • rituximab mag s.c. vanaf 2e kuur
  • in principe geven wij geen s.c. rituximab

2.2 eerste lijn

  • graad IIIB
    • therapie als DGBCL
    • geen studies naar resulaat van onderhoud-R: geen indicatie
    • prognose als getransformeerd FL of DGBCL?
      • curatie wel mogelijk (Wahlin)
      • kans op mortaliteit wel hoger dan bij FL
  • stadium I of beperkt stadium II
    • IFRT 36 Gy
    • PET-CT: 25% upstaging
  • stadium II-IV en geen behandelindicatie
    • wait and see
  • stadium II-IV en behandelindicatie:
    • overweeg lokale palliatieve radiotherapie (2x2 Gy)
    • matige conditie / hoge leeftijd
      • weinig ziektelast: R-monotherapie 4x q 1 week
      • meer ziektelast: R-chloorambucil
    • FLIPI 1-2: 8x R-CVP, gevolgd door onderhoudstherapie
    • FLIPI 3-5: 6x R-CHOP, gevolgd door onderhoudstherapie
    • onderhoudstherapie:
      • 2 jaar rituximab à 3 maanden
      • start 3 maanden na 8e R-CVP
      • PFS +6 jaar
    • 6x R-bendamustine is een alternatief voor R-CVP / R-CHOP
      • R-B vs R-CVP: meer infecties, geen neuropathie, minder kaal

2.3 recidief

  • overweeg altijd:
    • enkel lokale palliatieve radiotherapie (2x2 Gy)
    • R-monotherapie bij weinig ziektelast / matige conditie
    • R-onderhoud indien rituximab niet in eerstelijns therapie gegeven is
    • bij rituximabrefractoriteit (indien gegeven in combinatie met chemotherapie) te overwegen: O-benda gevolgd door O-onderhoud

daarna:

  1. snel recidief (<6 mnden na immunochemotherapie, 2e recidief <2 jaar): overweeg stamceltransplantatie
    • allogene SCT, argumenten pro:
      • als geen stamcellen voor AuSCT geoogst kunnen worden
      • bij 3e recidief na chemotherapie: AuSCT minder effectief
      • recidief na AuSCT
    • AuSCT (in principe R-DHAP/ R-VIM / R-DHAP / BEAM zoals bij DGBCL), argumenten pro:
      • 1e of 2e recidief
      • geen donor te vinden voor AlloSCT
      • contra-indicatie AlloSCT die AutoSCT niet in de weg staat
      • transformatie
  2. FL: in Tergooi HOVON 110 (ook bij 2e of 3e recidief)
  3. respons >1 - 2,5 jaar: herhaling vorige lijn
    • cave maximale dosis anthracyclinen
  4. R-CHOP indien R-CVP in eerste lijn
    • ook te overwegen bendamustine en CHOP om te draaien
    • wel bij SD op CVP bij interim-analyse escaleren tot CHOP
  5. R-bendamustine
    • alleen vergoed bij rituximab-refractoriteit
  6. R-FC
  7. "chemo-refractair": idelalisib
    • pas vanaf derde lijn
  8. CC-122-studie
  9. dexamethason / palliatieve radiotherapie

2.4 getransformeerd lymfoom

Zie bij DGBCL.

3 Voetnoten

Voetnoten:

2

Solal-Celigny et al. Follicular Lymphoma International Prognostic Index. Blood 2004;104:1258-1265

Auteur: Koen de Heer

Created: 2018-10-14 zo 19:05

Emacs 25.2.2 (Org mode 8.2.10)

Validate