Symptomatisch multipel myeloom (MM) en andere plasmaceldyscrasieen
Inhoudsopgave
Terug naar beginpagina de-heer.eu.
1 Onderzoek
- bij diagnose:
- standaard lab
- beenmergonderzoek: morfologie aspiraat, IFT, botbiopt incl. Congo-rood kleuring en indien <70 FISH-panel multpel myeloom
- CT-skelet
- b2-microglobuline
- vrije lichte ketens (k/l-ratio tot 3.1 normaal bij NF-stoornis, Nowrousian, Clin Cancer Res, 2005)
- denk aan POEMS (major criteria: peripheral neuropathy, osteosclerotic component bone lesion)
- nagaan definities plasmaceldyscrasieën en indicatie therapie (= symptomatisch MM)
- bij geen indicatie therapie: MRI-wervelkolom
- bij geen meetbare parameter: PET-CT
- >70 frailty score (calculator)
- eenvoudig onderzoek dat kan wijzen op amyloidose
- proteinurie: 24-uurs urine op eiwit en lichte ketens
- aPTT/T
- ECG (Musselini et al.)
- troponine/CK-MB (Mayo cardiac staging)
- evt. vetbiopt en orgaandiagnostiek/biopt, zie richtlijn amyloidose
- proteinurie: 24-uurs urine op eiwit en lichte ketens
- solitair plasmocytoom: biopt (uitsluiten carcinoom), PET/CT (of evt. CT-skelet en MRI wervelkolom/bekken)
- bij SPB: 30-50% "multiple solitary plasmacytomas"
- bij SPB: 30-50% "multiple solitary plasmacytomas"
- standaard lab
2 Therapie
2.1 Eerstelijns therapie symptomatisch multipel myeloom
2.1.1 Transplantabele patient
- 4x D-VRD, HD cyclo, 1 of 2x HDM, 2x D-VRD, lenalidomide onderhoudstherapie
- D-VRD
- richtlijn adviseert vervanging bortezomib door carfilzomib (echter niet vergoed)
- IMiD-gerelateerde bijwerkingen, bij pnp bij presentatie, of wanneer pnp zou zijn vervelend gezien werk/hobby: 4x VCD
- richtlijn adviseert vervanging bortezomib door carfilzomib (echter niet vergoed)
- transplantatie
- 2 g/m2 of 1000-1250 mg/m2 cyclofosfamide als mobilisatie (met evt. plerixafor bij eerder daratumumab)
- doel is mobilisatie van 4 x 106/kg stamcellen
- dosis HDM 200 mg/m2 (bij klaring <40 mL/min: 140 mg/m2)
- tandem-HDM (de tweede 2-3 maanden na de eerste) bij ongunstige cytogenetica: 17p, t4;14, t14;16, mits na de 1e HDM een partiele respons is bereikt
- waarschijnlijk in toekomst enkel bij 17p
- 2 g/m2 of 1000-1250 mg/m2 cyclofosfamide als mobilisatie (met evt. plerixafor bij eerder daratumumab)
- consolidatietherapie met 2 kuren D-VRD na AuSCT
- ongeacht aantal transplantaties
- ook bij een tweede transplantatie als geen lena-onderhoud is gegeven
- Cassiopeia-studie: 30 dagen na consolidatie (indien conditie dit toelaat)
- ongeacht aantal transplantaties
- lenalidomide-onderhoud
- met 3 maanden starten
- lenalidomide 10 mg d1-21 q 28 dagen tot aan progressie, evt. dosisreductie
- op zich geen reden voor tromboseprofylaxe
- te overwegen eerst dosis tot therapeutische dosis verhogen bij progressie onder Len-onderhoud (en evt. dexa bijstarten)
- ook te overwegen na tweede AuSCT indien niet eeder gegeven
- met 3 maanden starten
- D-VRD
2.1.2 Niet-transplantabele patient
- indien frail: aanpassingen frequentie en dosis
- DaraLenDex of D-MPV volgens Mateos et al.
- DaraLenDex tot progressie of LenDex 18x (bij voorkeur voor orale therapie of korte behandeling)
- evt. na 9-12 cycli bij VGPR staken dexamethason en lenalidomide van 25 naar 10 mg
- LenDex evt. tot progressie bij minimaal VGPR en goede tolerantie (TTNT +2,5 jaar)
- evt. na 9-12 cycli bij VGPR staken dexamethason en lenalidomide van 25 naar 10 mg
- 9x D-MPV q 6 weken (in totaal 12 maanden) gevolgd door dara onderhoud tot progressie
- voorkeur bij nierfunctiestoornis
- geen melfalan indien SCT in toekomst mogelijk bij herstel van conditie: Dara-VD
- voorkeur bij nierfunctiestoornis
- DaraLenDex tot progressie of LenDex 18x (bij voorkeur voor orale therapie of korte behandeling)
- argumenten voor eerst bortezomib
- mogelijkheid tot geven van daratumumab
- nierfunctiestoornis
- hoog-risico cytogenetica
- wens tot kortere behandelduur
- hoog trombose-risico
- geen polyneuropathie
- mogelijkheid tot geven van daratumumab
2.2 Recidief
2.2.1 Stamceltransplantatiezaken
- allogene SCT
- bij eerste teken van biochemisch recidief na allo: overweeg DLI indien patiënt allo heeft ondergaan en geen GvHD gehad heeft
- allo enkel in studieverband te overwegen bij recidief 6-18 maanden na AuSCT en IMiD/proteasoomremmer
- bij eerste teken van biochemisch recidief na allo: overweeg DLI indien patiënt allo heeft ondergaan en geen GvHD gehad heeft
- autologe SCT
- indicatie:
- >2-3 jaar respons op AuSCT en 3 jaar indien Len-onderhoud gegeven is, of
- transplantabel maar geen AuSCT verricht in 1e lijn
- >2-3 jaar respons op AuSCT en 3 jaar indien Len-onderhoud gegeven is, of
- lenalidomide-onderhoud tenzij
- reeds gegeven, en
- len-refractair
- reeds gegeven, en
- inductie
- minimaal 4 kuren
- bij minimaal VGPR op inductie in 1e lijn: zelfde inductie
- bij geen VGPR op inductie in 1e lijn: recidiefschema
- minimaal 4 kuren
- indicatie:
2.2.2 Therapie bij recidief
- overwegingen
- relatieve contra-indicaties
- carfilzomib: hartfalen, dan stringente bloeddrukcontrole!
- daratumumab: obstructief longlijden
- bortezomib: polyneuropathie
- iedere proteasoomremmer: indien in triplet refractoriteit op andere proteasoomremmer (<2 maanden)
- carfilzomib: hartfalen, dan stringente bloeddrukcontrole!
- behoefte aan orale medicatie: lenalidomide, ixazomib, steroiden
- relatieve contra-indicaties
- na deelname HOVON 95: HOVON 114 (= PomCarDex-inductie gevolgd door PomDex vs Pom)
- bij meer dan VGPR en PFS of therapievrije interval >1 jaar: herhaling schema te overwegen
- lena-refractoriteit: progressie binnen 6 maanden na staken van welke dosis dan ook
- tweedelijns behandeling
- lena-refractair en eerder geen proteasoomremmer gegeven (of respons daarop):
- voorkeur: DaraCarDex (vergoed), IsaCarDex (niet vergoed) tenzij al anti-CD38-therapie gehad
- overig:
- DaraBorDex tenzij al anti-CD38-therapie gehad
- CarDex
- PomBorDex / PanBorDex
- BorDex
- DaraBorDex tenzij al anti-CD38-therapie gehad
- voorkeur: DaraCarDex (vergoed), IsaCarDex (niet vergoed) tenzij al anti-CD38-therapie gehad
- niet lena-refractair
- DaraLenDex tenzij al anti-CD38-therapie gehad
- CarLenDex tenbij PI-refractair
- IxaLenDex tenbij PI-refractair (oraal)
- EloLenDex
- indien >6 maanden tussen recidief en laatste behandeling met PI zit: Len-refractair schema
- DaraLenDex tenzij al anti-CD38-therapie gehad
- lena-refractair en eerder geen proteasoomremmer gegeven (of respons daarop):
- recidief na PI/IMID
- overweeg bovenstaande opties indien niet PI/IMiD refractair
- voorkeur klasse-switch
- en overstap van pred op dexa en vice versa
- overweeg bovenstaande opties indien niet PI/IMiD refractair
- PI/IMID-refractair
- stop therapie vanaf dit moment als
- na >1 kuur progressie, of
- na 4 kuren stabiele ziekte, of
- na 6 kuren geen PR
- na >1 kuur progressie, of
- REP
- daratumumab evt. bij lage tumorload en langzaam stijgend M-proteine tenzij reeds anti-CD38-therapie
- CarDex, ook na eerdere behandeling met bortezomib (wel minstens pauze van 2 maanden)
- PomCyDex
- EloPomDex of IsaPomDex tenzij reeds anti-CD38-therapie?
- CUP Teclistamab: anti-BCMS/CD3, Majestec1/2, 63% ORR, 40% CR, PFS 11m
- EP bij intolerantie IMID
- indien nog geen IMID gegeven vanwege intolerantie: Thal/Dex (of MPT)
- MP indien nog geen melfalan gehad
- dexamethason en palliatieve radiotherapie
- stop therapie vanaf dit moment als
- toekomst
- CAR-T (na 4 lijnen therapie, geen plateus)
- ide-cel, Abecma: ORR 73%, CR 35%, PFS 12m, OS 25m
- CRS, graad 3 of minder 6%
- CRS, graad 3 of minder 6%
- cilta-cel, CARTITUDE, anti-BCMA: ORR 97%, sCR 82%, PFS-2j 60%
- ide-cel, Abecma: ORR 73%, CR 35%, PFS 12m, OS 25m
- Melflufen
- Selinexor
- Belantamab mafodotin, conjugated to monomethyl auristatin-F (MMAF), bijwerkingen: visusklachten
- CAR-T (na 4 lijnen therapie, geen plateus)
2.2.3 Agressieve ziekte
- bijv: plasmablastaire of extramedullaire ziekte
- anthracyclinen vaker effectief dan bij niet-plasmablastaire ziekte: PAD of RAD
- continue druk op ziekte van belang: continu cyclo zoals bij REP / PomCyDex
- daratumumab monotherapie niet (voldoende snel) werkzaam
3 Prognose
3.1 Prognose MGUS en SMM
- kans op progressie tot symptomatisch multipel myeloom
- SMM: 10 percent per jaar –> controle 1x / 3-4 maanden
- na 1e 5 jaar: 3 percent per year for the next five years, and 1 to 2 percent per year for the following 10 years
- mediaan 4,8 jaar
- 50% binnen 2 jaar
- 25% nooit
- na 1e 5 jaar: 3 percent per year for the next five years, and 1 to 2 percent per year for the following 10 years
- MGUS: 1 percent per jaar –> controle 1x / jaar
- SMM: 10 percent per jaar –> controle 1x / 3-4 maanden
3.2 Prognose MM
- R-ISS onderscheidt 3 groepen: goed, intermediair en slecht, met mediane overleving van "nog niet bereikt bij follow-up", 7 jaar en 3,5 jaar [3]
- classificatie
- curves
- Palumbo, JCO, 2015: 4,445 patienten in 11 international multicenter clinical trials, from 2005 to 2012
- classificatie
- dubbelrefractair (Bor/Len-refractair): OS mediaan 9m
- cytogenetica
- t(14;16) bij diagnose
- eerste serie (15 patients): poor outcome
- daarna (32 patients): geen invloed
- still considered marker of high-risk disease (total therapy 3: inferior survival)
- eerste serie (15 patients): poor outcome
- complexe cytogenetica: invloed afhankelijk van onderzoek (Rajan, BCJ, 2015)
- bij FISH: effect niet duidelijk
- bij FISH: effect niet duidelijk
- t(14;16) bij diagnose
3.3 Prognose solitair plasmocytoom
- SPB in strikte zin: PFS 10% in 3 jaar
- negatief effect (grotere kans op progressie):
- SPB/SEP “with minimal marrow involvement”
- persisteren M-proteine na therapie, vooral indien >5 g/L
- SPB/SEP “with minimal marrow involvement”
- negatief effect (grotere kans op progressie):
- SEP
- <7% kans op lokaal recidief
- 10-15% kans op multipel myeloma (SEP with minimal marrow involvement 20%)
- <7% kans op lokaal recidief
4 Follow-up
- tumormarker
- er hoeft na diagnose slechts een parameter vervolgd te worden: kies de meest afwijkende
- kappa en lambda hoeven niet beide vervolgd te worden
- M-proteine of lichte ketens of totaal Ig (indien M-proteine niet kwantificeerbaar)
- PET-CT indien FDG-avide
- beenmerg
- M-proteine of lichte ketens of totaal Ig (indien M-proteine niet kwantificeerbaar)
- er hoeft na diagnose slechts een parameter vervolgd te worden: kies de meest afwijkende
- CT jaarlijks bij
- status na therapie MM
- smouldering MM
- status na therapie MM
5 Supportief
5.1 Tromboseprofylaxe
- bij lenalidomide-onderhoud ascal niet noodzakelijk, wel te overwegen bij risicofactoren
5.2 Osteoporose
- bij symptomatisch MM, of smouldering MM bij osteopenie
- 4 mg zoledronaat (Zometa) q 3 maanden
- formulier scannen en mailen aan zometa@eurocept-homecare.nl
- formulier scannen en mailen aan zometa@eurocept-homecare.nl
- duur niet duidelijk:
- in ieder geval gedurende 2 jaar
- daarna bij geen CR: tot in totaal 5 jaar continueren
- daarna bij wel CR: volgens CBO-richtlijn
- in ieder geval gedurende 2 jaar
- voor start bisfosfonaat tandheelkundige sanering
- bij tandheelkundige ingreep: antibiotische profylaxe gericht op Actinomyces (Augmentin of clindamycine)
- bij extractie liefst geen bisfonaten vanaf 3 maanden voor de extractie tot 3 maanden nadien
- denosumab te overwegen bij toxiciteit alendroninezuur of klaring <30 mL/min
5.3 Kyfoplastiek
- te overwegen bij persisterende en onvoldoende te bestrijden pijn door inzakkingsfracturen
5.4 Diarree
- bij lenalidomide: overweeg galzuurbindende harsen, bijv. colestyramine 4-6dd 4 gram
6 Andere dyscrasieen
6.1 Plasmacelleukemie
- eerstelijns therapie
- VRD gevolgd door auto/allo, of dubbele auto indien geen donor
- indien niet fit voor transplantatie: als MM
- VRD gevolgd door auto/allo, of dubbele auto indien geen donor
6.2 Solitair plasmocytoom
6.2.1 Definitie
- criteria
- PA-bewezen plasmocytoom
- geen myeloma defining criteria / CRAB
- <10% monoklonale plasmacellen
- M-proteine sluit niet uit (komt voor bij +/- 50%, bij SEP vaak IgA)
- bij radiologie slechts 1 afwijking
- PA-bewezen plasmocytoom
- varianten
- <10% monoklonale plasmacellen: “SEP/SPB with minimal marrow involvement” (bij +/- 40% van de patienten)
- SPB: solitair plasmocytoom bot
- SEP: solitair extramedullair plasmocytoom (vaak in hoofd/halsgebied)
- <10% monoklonale plasmacellen: “SEP/SPB with minimal marrow involvement” (bij +/- 40% van de patienten)
6.2.2 Therapie
- SPB/SEP: lokale RT, 35-50 Gy in 4 weken (SEP minimaal 40 Gy)
- SPB: gericht op tumor of gebied van tumor na complete resectie
- SEP: na complete resectie geen RT tenzij verdenking op residuale ziekte
- SPB: gericht op tumor of gebied van tumor na complete resectie
- "multiple solitary plasmacytomas”: onderwerp van discussie
- W&S, of
- als MM; volgens UpToDate bij 2 plasmacytomen zonder beenmergbetrokkenheid en bij beperkt bestralingsveld
- W&S, of
- plasmocytoom en bij beenmergonderzoek >10% plasmacellen: indien anderszins asymptomatisch evt. therapie als SPB/SEP waarna W&S
- controles bij curatieve intentie
- 1e 2 jaar: 1x/3 maanden
- 3 jaar daarna: 1x/6 maanden
- 5 jaar daarna: jaarlijks of 1x/2 jaar
- 1e 2 jaar: 1x/3 maanden
6.3 PGNMID
- geen gecontroleerde studies/richtlijn, eerder toegepaste aanpak:
- of een kloon aantoonbaar is maakt voor de therapie niet uit
- toxiciteit versus redden nierfunctie
- bij nierfunctieschade maar nog geen terminaal nierfalen:
- 6x daratumumab (Zand et al., op basis van serie van 11 patienten)
- "als bij multipel myeloom"
- 6x daratumumab (Zand et al., op basis van serie van 11 patienten)
- voor niertransplantatie (indien daartoe besloten wordt ondanks grote kans op snel recidief): half jaar BorDex te overwegen als bij multipel myeloom
- of een kloon aantoonbaar is maakt voor de therapie niet uit
7 Definities
- volgens IMWG criteria (conform Rajkumar et al, Lancet, 2014)
7.1 MM vs MGUS vs SMM
- criteria
- M-proteine of monoklonale plasmacelpopulatie
- of voor lichte keten MGUS: afwijkende κ/λ ratio, absoluut verhoogte lichte keten, BJ <0,5 g/24 u, geen zware keten aantoonbaar met immunofixatie
- of voor lichte keten MGUS: afwijkende κ/λ ratio, absoluut verhoogte lichte keten, BJ <0,5 g/24 u, geen zware keten aantoonbaar met immunofixatie
- een van de volgende criteria
- M-proteine >30 g/L of BJ >0,5 g, of
- >10% plasmacellen, of
- "myeloma defining event"
- calcium >2,75
- eGFR <40mL/min of kreat >177
- Hb <6,2
- osteolytische lesie >0,5 cm op CT
- ultra-high risk SMM (>80% kans op symptomatisch MM <2 jaar) = SLiM criteria
- >60% plasmacellen
- FLC-ratio >100
- indien op indicatie MRI verricht: >1 lesie >5 mm
- >60% plasmacellen
- calcium >2,75
- M-proteine >30 g/L of BJ >0,5 g, of
- M-proteine of monoklonale plasmacelpopulatie
- MM = 1 + 2
- MGUS = alleen 1 en geen amyloidose
- symptomatisch MM = MM + "myeloma defining event"
- smouldering MM (25% nooit symptomatisch)
- multipel myeloma zonder "myeloma defining events", en
- geen diagnose amyloidose
- multipel myeloma zonder "myeloma defining events", en
- high risk SMM
- IgA SMM
- immunoparese andere Ig's
- FLC-ratio ≥8 (maar <100)
- toename M-proteine ≥25% in 6 maanden (2x gemeten)
- PC% 50-60%
- circulerende PCs
- t(4;14) or del(17p) or 1q gain
- indien onderzoek om de e.o.a. reden verricht is:
- MRI with diffuse abnormalities or 1 focal lesion
- PET-CT with focal lesion with increased uptake without underlying osteolytic bone destruction
- MRI with diffuse abnormalities or 1 focal lesion
- IgA SMM
8 Brief
Op basis van bovenstaande resultaten is er sprake van zogenaamd "smouldering multiple myeloma", een vroeg stadium van multipel myeloom, een vorm van beenmergkanker. Er bestaat op dit moment geen indicaties voor behandeling, maar patiënt zal nauwgezet vervolgd worden. Ik heb patiënt geïnformeerd over de diagnose en het beleid. Hij zal alertheid zijn op de ontwikkeling van nieuwe klachten.
Verzoek aan u als huisarts:
Attente controle op symptomen zoals botpijn, gewichtsverlies of terugkerende infecties.
Bij klinische verdenking op progressie graag laagdrempelig contact met ons opnemen.
Bij vragen of bij klinische verslechtering ben ik uiteraard bereikbaar voor overleg.
9 Studies
Dexa: niet hoe hoger hoe beter (Rajkumar, Lancet Oncol, 2010).
| naam | lijn | Experimentele arm | Controle | n | RR | CR | PFS | OS | med FU | Auteur | Jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| VTD | VCD | 16% (+8) | |||||||||
| HDM | +1j | ||||||||||
| H95 | 1 | HDM 1x | HDM 2x | + ~cytogen | Cavo | ||||||
| MAIA | 1 | +Dara | LenDex | + | + | Facon | 2018 | ||||
| FIRST | 1 | LenDex | MPT | + | |||||||
| H87 | 1 | MPR-R | MPT | ||||||||
| ALCYONE | 1 | D-MPV | MPV 9x | 706 | 91% (+17) | 42% (+18) | + | 16m | Matteos | ||
| ENDEAVOR | 2-4 (B+) | CarDex | BorDex | 929 | 19m (+8) | + | Dimopoulos | ||||
| DaraBorDex | 17m | ||||||||||
| ASPIRE | r/r | CarLenDex | LenDex | 792 | 87% | 26m (+9) | 47m (+8) | Stewart | 2015 | ||
| 20% L, 65% B | |||||||||||
| Pollux | >1 | DaraLenDex | 40m | Dimopoulos, FU | 2016 | ||||||
| r/r | Daratumumab | +4m | |||||||||
| r/r | Poma | 30% | +4m | ||||||||
| REPEAT | r/r | REP | 69% | 12m | 29m | Nijhof | |||||
| r/r | anti-BCMA | 38 | 66% | 8m | Trudel | ||||||
| ELOQUENT-1 | r/r | +elotuzumab | LenDex | 19m | +4m | Dimopoulos, FU | |||||
| r/r | CAR-T | Mouhiedienne | |||||||||
| r/r | CAR-T anti-BCMA | Abbas | |||||||||
| r/r | CAR-T anti-BCMA | Fan |