T-cellymfoom

Inhoudsopgave

Terug naar beginpagina de-heer.eu.

Zie de aparte pagina voor het extranodaal NK/T-cellymfoom.

1 Verplicht onderzoek

  • standaard lab
  • PET-CT
  • beenmergonderzoek
  • enige verdenking ATLL: HTLV-serologie
  • afhankelijk van PA-diagnose:
EBV-geassocieerd lymfoom PCR EBV
dunne darmtumor / EATL coeliakie?
hepatosplenisch γδ-lymfoom Crohn/infliximab of immuunsuppressie?

2 Therapie

2.1 Algemeen

  • er zijn vele varianten T-cellymfoom, in volgorde van frequentie van voorkomen:
    1. Peripheral T cell lymphoma, not otherwise specified (NOS)
    2. Anaplastic large cell lymphoma, primary systemic type
    3. Angioimmunoblastic T cell lymphoma
    4. Extranodal NK/T cell lymphoma, nasal type (ENKL)
    5. Subcutaneous panniculitis-like T cell lymphoma
    6. Enteropathy associated T cell lymphoma
    7. Hepatosplenic T cell lymphoma
    8. ATLL
  • let op
    • verminderde cellulaire afweer: cotrimoxazol/valaciclovir bij chemotherapie
    • zeldzame complicatie van T-NHL is HLH

2.2 PTCL nno

2.2.1 Eerste lijn

  • T-cellymfoom van de huid waaronder ook αβ panniculitis-like lymphoma
  • ATLL
    1. zidovudine plus interferon-alfa
    2. CHOEP gevolgd door allo-SCT
  • EBV-positief en laag stadium AITL: monotherapie rituximab te overwegen?
  • anders
    • stadium I
      • <65 jaar: 3x CHOEP-21 waarna RT
      • >65 jaar: 2x CHOP-21 waarna RT
    • stadium II-IV
      • ab panniculitis-like TCL: prednison
      • <65 jaar:
        • Alk-pos ALCL en <40 en IPI <3: 8x CHOEP-14
        • ander T-NHL: 6x CHOEP-14 en ASCT (Amore, JCO, 2012)
      • >65 jaar
        • fit (en tot +/- 70 jaar): 6x CHOEP-21 met Neulasta, indien veel toxiciteit: deescalatie, indien goede respons en tolerantie alsnog ASCT overwegen
        • anders:
          • CD30-positief ALCL: BV-CVP te overwegen
          • anders: 6x CHOP-21 (zie o.a. Schmitz et al, Blood 2010)
  • specifieke aanvullende overwegingen afhankelijk van subtype

2.2.2 Recidief

  1. nog geen AuSCT en <65-70
    • chemo-sensitief of CD30-negatief: DHAP / VIM / DHAP / BEAM als bij DGBCL zonder R
    • chemo-refractair en indien CD30-positief: 6x brentuximab, 80% respons
  2. reeds AuSCT en voldoende fit: DHAP / VIM / DHAP als DGBCL zonder R als inductie voor allogene SCT[4]
    • alternatief indien CD30-positief
      • ALCL: 6x brentuximab, 80% respons
      • ander T-NHL (soms PTCL, 50% EATL, AITL): brentuximab niet geregistreerd maar te overwegen
  3. derde lijn, en bij respons alsnog SCT overwegen:
    • NIVEAU-studie
    • DHAP / IGEV
    • CDK9-studie
    • AITL
      • zie tabel Moskovitz[1] AITL-PTCL-1.png
      • MTX 15 mg 1x/week (alternatief pralatrexaat) en 1dd 50 mg prednison waarna afbouwschema

3 Prognose

3.1 PTCL-NOS

  • 10% overlijdt binnen paar maanden, 10% leeft na 10 jaar [2]

3.2 ACLC

  • Alk-: 10% overlijdt binnen paar maanden, 10-30% leeft na 10 jaar[3]
  • Alk+: 60% leeft na 10 jaar

3.3 EATL

  • 5-jaar OS 8-20%

3.4 AITL

  • 64% CR met CHOP
  • OS
    • mediaan 18 maanden
    • AuSCT lijkt prognose te verbeteren
    • allo kan curatief zijn in selecte subgroep
    • long term survival: bij ongeveer derde
      • Int Periph T-c Lymphoma Project: 243 patients, 5 jaar OS 33% en PFS 18%
      • Japan: 207 patients, 3 jaar OS 54%, PFS 38%
  • complicaties
    • overlijden vaak door infecties
    • kan soms overgaan in agressief B-cellymfoom (door mutatie in EBV-positieve B-celkloon die vaak ook gevonden wordt)

4 Onderscheid

Entity Positief Vaak Soms Negatief
AITL CD3 and CD4 TCR genes rearranged BCL-6, CD10, verlies pan-T, EBV/HHV-6 in reactieve cells  
EATL klonaal TCR CD3, mp 9q34, coeliakie HLA haplotype CD8-, CD30 CD4
ENKL CD2, cCD3, CD56, cytotoxic, EBER TCR germline   sCD3
Hepatosplenic CD2/7/16, sCD3, g/d TCR of a/b TCR CD56, isochrome 7q   CD4, CD5, CD8.
Panniculitis-like CD3, CD8, a/b TCR, cytotoxisch, klonale TCR   CD2/5/7 CD4, CD56, TCR g
ALCL CD30 >-1 pan-T, Alk    
PTCL nos one or more pan-T antigens verlies pan-T    
NK cell enteropathy CD7, cCD3, TIA-1 and/or Granzyme B, lage MIB     EBV, CD4/5/8/10/20/30/138/68, PAX-5, TCR klonaliteit
         
  • cytotoxic granule proteins: granzyme B or perforin
  • pan-t: CD2/3/5/7

5 Referenties

6 Voetnoten

[1] - referenties

  • 4. Coiffier, JCO, 30:631-636, 2012.
  • 5. Horwitz, Hematol Oncol 31:147, 2013.
  • 6. O’Connor, JCO, 33:2492-2499, 2015.
  • 7. Delarue, Blood, 128:4164, 2016.
  • 8. O’Connor, JCO, 29:1182-1189, 2011.
  • 9. Damaj, JCO, 31:104-110, 2013.
  • 10. Horwitz, Blood, 123:3095-3100, 2014
  • 11. Zinzani, Ann Oncol 21:860-863, 2010.
  • 12. Dueck, Cancer 116:4541-4548, 2010.
  • 13. Advani, Leuk Lymphoma 48:521-525, 2007/

[2] Weisenberger, 2011 - n=340
[3] Savage, 2008, n=159 systemisch, 55% Alk+ en 45% Alk0
[4] EBMT 2009 waarde allo
[5] - referenties

  • zie Vose et al.
  • Kim SJ, Lancet Oncol 2016
  • Yang Y, Blood 2015
  • PINK-E score

[6] etoposide geeft een 20% toename van de 3-jaar EFS in jongere patienten, maar niet bij oudere patienten. OS is niet significant verschillend. Een beperking is dat het aantal oudere patienten bij wie dit onderzocht is te klein is om zekere uitspraken te doen. Derhalve valt etoposide te overwegen bij fitte patienten >65 jaar

Auteur: Koen de Heer

Created: 2021-04-11 zo 19:58